De wekker gaart om half
zeven. Vandaag gaan we met de boot naar het Zuidereiland. We checken uit en Ed
vraagt de receptie om een taxi te bellen en vermeldt daarbij dat het om vier
volwassenen gaat met vier grote koffers. Even later verschijnt er één taxi,
waar we op het eerste oog nooit met bagage en al in kunnen. De chauffeur weet met enig trekken en duwen
drie koffers in de achterbak te krijgen. De vierde koffer moet bij Ed op
schoot. De chauffeur legt uit dat hij ons toch maar mooi een tweede taxi heeft
bespaard. We belonen hem met een goede fooi.
Het inchecken op de boot
verloopt soepel en omdat we als een van de eersten aan boord zijn, hebben we
mooie plaatsen met uitzicht op het achterdek en de zee. We zitten op de
Kaitaki, een schip dat in 1995 bij Van der Giessen in Krimpen aan de IJssel is
gebouwd.
De overtocht duurt drie
en een half uur, waarvan ongeveer de helft op zee, de “Cook Street” en de rest
van de tijd op de “Queen Charlotte Sound”, de baai die naar Picton op het
Zuidereiland leidt.
In de aankomsthal staat iemand van Omega, het autoverhuurbedrijf waar we voor de komende tien dagen weer een Toyota Previa hebben gehuurd .
Bij het verhuurbedrijf
krijgen we een folder over een route door het Marlborough wijngebied. We
beginnen er meteen aan. Ik kan me niet herinneren ooit zulke uitgestrekte wijngaarden
te hebben gezien. Volgens de wijnboeren hier maken zij de beste Sauvignon Blanc
ter wereld. Halverwege de route stoppen we voor de lunch bij Hunter’s Winery.
We drinken er uiteraard een lekker glas wijn bij.

![]() |
| De druiven |
Het eind van de wijnroute is Blenheim, een klein stadje, waar we een plek voor de nacht vinden in het Middle Park Motel.
| Wij op nummer 6 |
De supermarkt is aan de overkant. Na twee dagen eten in Wellington eten we vanavond lekker simpel.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten